Ten tijde van het Cebeon-onderzoek is ook aandacht geweest voor andere clusters van het gemeentefonds naast het cluster wegen en water, echter slechts inventariserend en indicatief.
Het team van financieel specialisten vanuit de werkgroep Slappe Bodem heeft onderzocht op welke terreinen / clusters een verdere verfijning. Het meest kansrijk blijkt het onderwerp rioleringen.
Riolering
In het cluster rioleringen wordt een correctie voor de inkomsten uit rioolheffing bepaald. Strikt genomen is riolering een uitgavencluster. Echter, voor dit cluster geldt binnen het gemeentefonds het uitgangspunt dat de kosten door (taakgerelateerde) inkomsten moeten worden gedekt. Daarmee spelen de kosten in het verdeelstelsel geen rol, met uitzondering van het aspect van de bodemgesteldheid. Er wordt rekening gehouden met het aandeel (%) slechte grond, maar er is geen differentiatie in naar soort slechte grond. De bodemfactor speelt geen rol.
In zijn onderzoek gaf Cebeon met betrekking tot riolering al aan dat er:
- verschillen zijn tussen gemeenten in het omgaan met boekingsregels;
- verschillen zijn in de leeftijd van rioolstelsels.
Er is desondanks globaal vast te stellen dat de uitgavenniveaus tussen gemeenten op goede en gemeenten op slechte grond verschillen en dat deze verschillen groter zijn dan waarmee in het verdeelstelsel wordt rekening gehouden. Cebeon stelde echter dat er aanzienlijk diepgaander onderzoek nodig is om deze verschillen nader te onderbouwen en te verifiëren.
Het platform wacht met belangstelling de resultaten van de benchmark van RIONED af. De verwachting is, dat de benchmark de situatie van slappe bodemgemeenten ten opzichte van niet-slappe bodemgemeenten zal laten zien. Naar aanleiding van deze resultaten zal vervolgstappen gaan ondernemen.
Groen
Voor het cluster groen van het gemeentefonds heeft de gemeente Gouda in het artikel-12-traject kunnen vaststellen dat verfijning binnen dit cluster niet haalbaar is, vanwege de verregaande beleidsvrijheid voor gemeenten op dit taakgebied en het ontbreken van normatieve methodieken voor het ramen van de kosten.
Ook op andere taakgebieden (educatie, ontspanning e.a.) zouden verschillen in uitgaven op grond van bodemgesteldheid vastgesteld kunnen worden. Ook op die uitgavenclusters speelt op dit moment de bodemfactor geen rol bij de bepaling van de gemeentefondsuitkering.